![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()

|
Ga voor meer werk van Abttoy naar de Gallery op onze website. |
De vrouw met de lange zwarte haren
maalt graan op de traditionele manier van de Imazighen (Berbers) van het Rif
uit het Noorden van Marokko. Met een stok draait zij de twee molenstenen over
elkaar. Het is niet zomaar een Folkloristisch plaatje. De schilderijen van
Abttoy stralen een gratie uit die duidelijk maakt dat deze cultuur, ook al
wordt ze onderdrukt, een kracht en een schoonheid heeft die tijdloos is. Mohamed El Bettoui,
afgestudeerd in beeldende kunst in Frankrijk en sinds 1991 woonachtig in
Nederland ondertekent zijn werk met M. Abttoy zijn Amazigh (Berber) naam die
hij in Marokko officieel niet mag gebruiken. De tradities en de
ondergeschikte positie van de Imazighen in Marokko komen steeds terug in zijn
expressieve werk. Toch is de kunst van Abttoy zeker niet alleen voor wie
vertrouwd is met de tradities van de Imazighen. Zijn felle zwarte lijnen en
vooral het gebruiken van zand op en in zijn schilderijen, maken zijn werk tot
zeer aantrekkelijke hedendaagse kunst naar westerse maatstaven. Het zand dempt de kleuren maar
zorgt voor een gelaagdheid die het werk ook letterlijk zwaar maakt. De lijnen
die steeds fijner worden, verraden het vakmanschap van Abttoy. Moeiteloos
beweegt hij zich tussen figuratief en abstract. De tatoeages op het gezicht van
de vrouw die het graan maalt op het schilderij zijn eigenlijk een
identiteitskaart. Ze vertellen wie de vrouw is en waar ze vandaan komt. Elk
symbool heeft een eigen betekenis. Deze symbolen zijn vaak te vinden in het
werk van Abttoy. Hij gebruikt veel zand tijdens het schilderen zodat hij zijn
lijnen erin kan krassen, net als een getatoeëerd gezicht van een schoonheid.
Ze liggen niet op de huid, maar zitten erin. Zijn handen maken snelle,
krachtige bewegingen alsof hij opnieuw lijnen kerft in de laag zand op zijn
schilderijen. Knikkend beaamt hij dat zijn werk een ongelofelijke expressie
heeft. Het is alsof iemand wil zeggen: ik besta, ik ben hier. Door Mark Couwenbergh. |